StatCounter

woensdag 14 maart 2012

Stilte

Dit blog vermeldde op 2 februari j.l. de gang van zaken ten aanzien van de resultaten van het onderzoek door Deloitte Bijzonder Onderzoek en Intergriteitsadvies naar aanleiding van de zelfverrijking van de raadsleden De Haas en Wiarda ten laste van de fractiekas van Gemeentebelangen.
De slotsom was, dat de burgemeester de raadsleden op het verkeerde been heeft gezet door het onderzoeksrapport ten onrechte als “niet openbaar” te bestempelen en hen de resultaten van het onderzoek te onthouden. Na ontvangst van dit rapport werd duidelijk, dat de hoofdstukken 5 en 6 kennelijk niet voor ieders ogen bestemd zijn.

Omdat de Wet Openbaarheid van Bestuur stelt dat bestuursdocumenten in beginsel allemaal openbaar zijn met uitzondering van de specifiek in de wet genoemde documenten is vanzelfsprekend tegen deze gang van zaken bezwaar ingediend.
Dit bezwaarschrift kunt u hier lezen.

Zoals u kunt zien is het bezwaarschrift gedagtekend op 3 februari 2012 en aan alle raadsleden en de griffier verzonden. Nagenoeg alle bestuurders van onze gemeente zijn dus op de hoogte gebracht van het feit, dat de rapportage door de burgemeester ten onrechte als “geheim” is aangemerkt en niet aan de raadsleden werd toegezonden.

De website van de gemeente Westerveld vermeldt, dat er op 21 februari j.l. een besloten raadsvergadering is gehouden. De raadsvergadering van 6 maart j.l. verliep zonder dat het er ook maar één woord aan de gang van zaken met het onderzoeksrapport van Deloitte werd vuil gemaakt.

De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat ook het gedrag van de gemeenteraad van Westerveld als ongewenst moet worden aangemerkt.

Informatie onthouden aan een gemeenteraad door een lid van het college van B&W is een politieke doodzonde. Wanneer een gemeenteraad vervolgens van dit gegeven op de hoogte wordt gebracht en er daarna in het openbaar het zwijgen toe doet is er iets goed mis.

Kennelijk is er van openbaar bestuur in Westerveld geen sprake meer.
Er is geen sprake van een “openbaar bestuur” maar veeleer “een besloten bestuur” dat via alternatief bestuurscircuit zaken doet.
Een verklaring tijdens de raadsvergadering van 5 april 2011, dat “niet integer handelen, bewust of onbewust een doodzonde is.......” komt door deze gang van zaken wel in een heel vreemd daglicht te staan en moet dus niet al te serieus worden genomen.

Wordt vervolgd.  

donderdag 1 maart 2012

De achterkamer van de gemeente Westerveld

Op 26 juni 2011 liet ik u weten, dat dezerzijds het vermoeden bestond, dat er in de verslagen van het presidium zaken zouden staan, die de greep in de fractiekas van Gemeentebelangen door de huidige man-vrouw fractie De Haas en Wiarda met de mantel der liefde bedekten.

Kennelijk is de burgemeester van Westerveld inmiddels tot de slotsom gekomen dat weigeren van verzoeken om afschriften van bestuursdocumenten op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur een weinig zinvolle bezigheid is geworden.

De verslagen van de presidiumvergaderingen over 2011 zijn inmiddels in mijn bezit en daaruit blijkt dat het onzichtbaar maken van feitelijke informatie nog steeds een enorm populaire bezigheid is. Geheim is geheim nietwaar?

Zoals ik u eerder liet weten bestaan de verslagen vooral uit zwarte doorhalingen, omdat
“de weggelaten passages teksten bevatten die herleidbaar zijn tot personen. De openbaarmaking van deze passages en het algemeen belang zou niet opwegen tegen het belang van betrokkenen om beschermd te worden in de persoonlijke levenssfeer.”
Kortom: een commissie Stiekem in optima forma.

Dat het presidium bestaat uit mensen die er doelbewust hebben gekozen voor een openbaar ambt en daardoor in de (politieke) schijnwerpers te staan is kennelijk niet relevant.

De tijd lijkt rijp deze uitvoering van de Wet Openbaarheid van Bestuur extern aan de wet te doen toetsen omdat er feitelijk sprake is van onbehoorlijk bestuur.

De kwestie Jan van Dalen blijkt achteraf louter symboolpolitiek te zijn.
Flink doen op de bühne; wel blaffen maar niet (door)bijten.

Over de persoonlijke levenssfeer van alle betrokkenen in het algemeen reik ik u nog deze openbare informatie aan waarbij vooral de hoofd – en nevenfuncties van de raadsleden De Haas en Wiarda opvallen. Als u weet om te gaan met de website van de Gemeente Westerveld moet het ook daar te vinden zijn. Nadere informatie over de leden van de bestuurscommissies is wel rechtstreeks toegankelijk.

Op de inhoud van de presidiumverslagen kom ik in één van de volgende bijdragen terug.

Wordt vervolgd.

donderdag 2 februari 2012

Ongewenst gedrag

Eind maart ontvingen de gemeenteraadsleden van Westerveld deze brief waarin hen werd medegedeeld dat het onderzoeksrapport van Deloitte Bijzonder Onderzoek en Integriteitsadvies naar het declaratiegedrag van de raadsleden De Haas en Wiarda niet openbaar zou zijn. De gedragscode van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants zou dat niet toestaan. De raadsleden bleven dus van het rapport verstoken.

Omdat een gemeentebestuur vanzelfsprekend niet gebonden is aan een gedragscode van een vereniging heb ik het resultaat van het fraudeonderzoek op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur opgevraagd.

Wat blijkt?
Het rapport is wel openbaar en u kunt het zo u wenst via deze link in elk geval gedeeltelijk lezen.

Als ik op bladzijde 5 de laatste alinea lees was het rapport uitsluitend bestemd voor de burgemeester. Ook vermeldt het rapport:

“De burgemeester zal – daar waar aan de orde – zelf op grond van de criteria in de Wet Openbaarmaking Bestuur – moeten afwegen of de inhoud van het rapport openbaar wordt gemaakt danwel geheim gehouden.”

Overigens: de Wet Openbaarmaking Bestuur bestaat niet maar dit terzijde.

Thans moet worden vastgesteld, dat de burgemeester doelbewust het besluit heeft genomen de gemeenteraad en daarmee de vertegenwoordiging van de inwoners van Westerveld en derhalve ook de burgers van Westerveld niet te informeren omtrent de uitkomsten van het fraudeonderzoek naar het declaratiegedrag van de raadsleden De Haas en Wiarda. 

Nagenoeg alle raadsfracties gaven eerder aan hun oordeel ten aanzien van de integriteit van de raadsleden De Haas en Wiarda in deze kwestie op te schorten totdat de inhoud van het Deloitte-rapport bekend zou zijn.
Als er echter geen rapport is kan men zich ook geen mening vormen. Het gevolg daarvan is, zoals in een eerder berichtje is aangegeven: de bestuurlijke doofpot.

“Een beetje integer bestaat niet” zei wijlen Ien Dales in 1992.

Tijdens de raadsvergadering van 5 april 2011 liet de fractievoorzitter van de grootste fractie in de raad - de VVD - weten, dat “niet integer handelen, bewust of onbewust een doodzonde is voor iemand die werkt bij de overheid.”

Ik wacht de vragen van de fractie(s) aan de burgemeester in een volgende raadsvergadering met belangstelling af.

Wordt vervolgd.

maandag 26 december 2011

Diever aan de Wolga

Op 26 juni 2011 liet ik u in deze berichtenreeks weten, dat ik met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur zicht zou willen krijgen op inhoud van de presidiumverslagen.
Het vermoeden bestond, dat er in de verslagen zaken zouden staan, die de greep uit de fractiekas van de man-vrouwfractie De Haas en Wiarda met de mantel der liefde bedekten.

Ik verwijs u verder gaarne naar eerder vermeld blog-bericht en kan u thans melden, dat de raad -  na een aanvankelijke afwijzing en slechts na een bezwarenprocedure - kennelijk op basis van voortschrijdend inzicht - op 20 december j.l. besloot mijn verzoek te honoreren. Kort voor de Kerst ontving ik de verslagen. Het begeleidende schrijven - is namens de raad - ondertekend door de raadsvoorzitter en de griffier.

Het resultaat is een karikatuur van de uitvoering van de Wet Openbaarheid van Bestuur dat zijn weerga niet kent.

Hier ziet u een voorbeeld van een verslag (de rest ziet er eender uit) en ik moet u zeggen dat kennelijk destijds de plank niet ver is misgeslagen: het presidium blijkt daadwerkelijk een genootschap – eertijds gekozen als vertegenwoordigers van het volk – dat voor de verkiezingen beloofde wereldverbeterend bezig te zullen zijn en na de verkiezingen weigert in het openbaar verantwoording af te leggen.
Veel erger is, dat de indruk wordt gewekt dat deze gang van zaken in overeenstemming is met de wet. Dat is een misvatting: personen die zichzelf uit hoofde van hun functie in de openbaarheid presenteren behoeven niet te worden geanonimiseerd. En dat is volstrekt logisch.
Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters in de gemeenteraad van Westerveld onder voorzitterschap van de burgemeester. Wilt u weten wie dat zijn? Ga naar:
Het gaat dus niet om het antwoord op de vraag wie de hoofdrolspelers zijn. Waar het wel om gaat kunt u nu gemakkelijk zelf invullen.

Geen enkele Westerveldse politicus kan na deze uitvoering van een raadsbesluit met droge ogen de stelling verkondigen, dat de kloof tussen burgers en politiek zou moeten worden verkleind. Vertrouwen wordt in de eerste plaats geschapen door openheid.

Openheid
Het handelen van bestuurders zou transparant moeten zijn, zodat een optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen en de burgers volledig zicht hebben in het handelen van bestuurders en hun beweegredenen daarbij.

De manier waarop de presidiumverslagen thans worden gepresenteerd vormt het sluitende bewijs dat er daadwerkelijk echt sprake is van een commissie “Stiekum”. Misschien is het goed om in gedachten te houden wanneer u het optreden van de sprekers tijdens de raadsvergaderingen op de publieke tribune of via het internet volgt.

Overigens: internet is een prachtig archief dat door velen in Nederland en soms ver daarbuiten wordt geraadpleegd. Ook voor wat betreft de bestuurlijke soap in het Westerveldse met de gemeenteraadsleden De Haas en Wiarda in een hoofdrol!

zondag 16 oktober 2011

Waar gaat het ook weer over?

Sinds dit verzoek aan B&W van Westerveld is inmiddels een jaar verstreken en het uithoudingsvermogen van alle betrokkenen wordt nog steeds danig op de proef gesteld. En daaraan komt voorlopig ook nog geen einde.
Om nu weer helder in beeld te krijgen waarover het ook weer gaat heb ik het web-log ge-update zodat alle documenten nu rechtstreeks voor een ieder beschikbaar komen. Gebeurt dat niet dan graag even een berichtje.

Ik voeg daarbij ter completering van het beeld de afschriften van de declaraties zoals die door de raadsleden Wiarda en De Haas werden ingediend.

U kunt deze via de volgende links inzien:
Declaraties GB 1e kwartaal 2009
Declaraties GB 2e kwartaal 2009
Declaraties GB 3e kwartaal 2009
Declaraties GB 4e kwartaal 2009
Declaraties GB nov.+ dec.   2009
Declaraties GB okt.             2009
Declaraties GB overig         2009

De samenvatting en de toelichting zijn vanzelfsprekend ook nog steeds beschikbaar.

Wordt vervolgd.

vrijdag 8 juli 2011

Gemeentebelangen Westerveld

Reuring in een politieke partij komt altijd ongelegen en is nooit goed. Niet voor de betrokken partij en niet voor de betrokken acteurs. Deze week heeft u kennis kunnen nemen van de schorsing van de volksvertenwoordigers De Haas en Wiarda door het bestuur van de kiesvereniging Gemeentebelangen. En gelooft u mij: een bestuur van een politieke partij gaat niet over één nacht ijs. Daaraan is iets voorafgegaan dat de verhoudingen zodanig heeft verstoord dat het bestuur geen enkele andere adequate oplossing heeft kunnen vinden.

De rolverdeling in een politieke omgeving is normaal te doen helder: een bestuur bestuurt en de fractie van de kiesvereniging draagt de doelstellingen van de vereniging uit in de politieke arena en tracht die doelen zo goed als mogelijk te bereiken.

In weerwil van de statuten van de vereniging Gemeentebelangen ontstond de dubbelfunctie secretaris/gemeenteraadslid Wiarda en langzaam maar zeker werden door De Haas en Wiarda familieleden op sleutelfuncties in de vereniging en in de fractie gezet. Ook de toenmalige voorzitter Tini Sanders werkte daar aan mee. Het feit, dat De Haas en Wiarda onder één dak leven is een aspect dat ongetwijfeld ook een rol heeft gespeeld.
Wanneer echter na verloop van tijd blijkt dat niet het bestuur, maar de meerderheid van een fractie het reilen en zeilen van de vereniging bepaalt, is er een probleem. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Het volgende citaat uit de Wikipedia wil ik u niet onthouden:
“Wie megalomaan is, ziet zichzelf als belangrijker of machtiger dan zijn omgeving of schrijft zichzelf bijzondere talenten toe. Soms is megalomanie een uiting van een sterk gevoel van eigenwaarde, maar de oorzaak kan ook zijn dat iemand zichzelf eigenlijk minderwaardig, onbetekenend of onbelangrijk vindt. In dit geval is de megalomanie een verdedigings- mechanisme van de psyche. De megalomaan sublimeert dan zijn minderwaardigheids- complex in het tegendeel daarvan.
Vaak kan iemand met grootheidswaan in eerste instantie innemend en charmant zijn en de aandacht van zijn omgeving krijgen, maar later ebt de bewondering weg en maakt plaats voor irritatie.”

Het voorgaande is mogelijk een verklaring voor de terechte breuk tussen het bestuur van de kiesvereniging Gemeentebelangen en de man-en-vrouw fractie De Haas/Wiarda.

Update: Zie www.plaatselijkbelangwesterveld.blogspot.com

Doen!

Wordt vervolgd.

zaterdag 2 juli 2011

De bezwarencommissie

Het is de bedoeling dat de gemeenteraad van Westerveld aanstaande dinsdag een besluit neemt over een raadsvoorstel om mijn bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot het doen van aangifte wegens fraude door de raadsleden De Haas en Wiarda niet-ontvankelijk te verklaren.

Volgens het advies van de commissie voor de Bezwaar- en beroepschriften zou ik bezwaar gemaakt hebben tegen een besluit van de gemeenteraad van Westerveld gedateerd 25 maart 2011 waarin een verzoek om aangifte te doen van een ambtsmisdrijf is afgewezen. Deze brief zou dus het betreffende raadsbesluit moeten zijn.

Na het oordeel  van de Commissaris den Koningin in de provincie Drenthe komt echter ook de minister van BZK tot de slotsom, dat er van een rechtsgeldig bestuursbesluit op mijn verzoek tot aangifte geen sprake is. Dat blijkt uit dit schrijven van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Daarbij komt nog, dat artikel 32a van de Gemeentewet voorschrijft, dat stukken die van de raad uitgaan door de burgemeester moeten worden ondertekend en door de griffier moeten worden medeondertekend. Hiervan is geen sprake geweest.

Het beeld dat door de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften is opgeroepen, dat door de gemeenteraad van Westerveld afwijzend is besloten op mijn verzoek tot aangifte, is derhalve een valse voorstelling van zaken. Door aan het advies de conclusie: "niet-ontvankelijk" te verbinden, plaatst de commissie zich in de positie inhoudelijk geen oordeel te hoeven vellen.

Natuurlijk is het zo dat een bestuursorgaan van een gemeente een bezwaarschrift van een burger tegen een door haar genomen besluit niet-ontvankelijk kan verklaren. Maar dit vereist allereerst, dat het betreffende bestuursorgaan ook daadwerkelijk een rechtsgeldig besluit heeft genomen. En dat laatste is – zo blijkt uit het voorgaande – niet het geval.

Een raadsbesluit, dat de afwijzende mededeling van de raadsvoorzitter zoals in deze kwestie niet-ontvankelijk verklaart zal naar ik veronderstel een novum zijn in bestuurlijk Nederland en zal voor zover ik kan zien in rechte geen stand kunnen houden.

Wordt vervolgd.

zondag 26 juni 2011

Het presidium

Het presidium van de gemeenteraad van Westerveld wordt soms gezien als een soort van dagelijks bestuur van de raad. In het presidium hebben de fractievoorzitters van de politieke partijen zitting die in de raad vertegenwoordigd zijn. De voorzitter van de raad i.c. de burgemeester of zijn vervanger is tevens voorzitter van het presidium.

Op 29 mei 2011 verzocht ik het college van burgemeester en wethouders op basis van de Wet openbaarheid van bestuur mij afschriften van alle agenda's en verslagen met inbegrip van alle bijbehorende documenten over de periode 1 maart 2010 tot de datum waarop het verzoek werd ingediend te doen toekomen. Hier  kunt u het verzoek nalezen.

Dit verzoek werd onlangs afgewezen: de verslagen van het presidium van de gemeenteraad zijn niet openbaar.

Deze afwijzing  brengt mij tot de gevolgtrekking, dat in onze gemeente van goed openbaar bestuur geen sprake is. Kennelijk nemen de fractievoorzitters en de burgemeester in het geheim besluiten, die zich aan het zicht en dus de controle van de burgers onttrekken.
Dat de presidium-vergaderingen in Westerveld besloten zijn is nog tot daar aan toe. U behoeft overigens alleen maar de term “presidiumverslag” in een internet-zoekmachine te deponeren om te zien dat andere gemeenten dit anders doen en wel transparant in hun doen en laten zijn. In de gemeente Westerveld is er analoog naar het Tweede Kamer-gebeuren kennelijk sprake van een “Commissie Stiekum.”

De onderbouwing van het besluit de verslagen niet openbaar te maken is wat mij betreft bijzonder curieus: “het openbaar maken leidt tot een onevenredige benadeling van de leden van het presidium en de gemeenteraad, in het bijzonder de leden De Haas en Wiarda …................”

Wanneer dit argument hout snijdt is het tegendeel kennelijk evenzeer het geval.
Mogelijk staan er in de verslagen zaken, die het handelen van De Haas en Wiarda met de mantel der liefde bedekken. Ik gaf dit in een eerder bericht al aan. De conclusie, dat er in de verslagen zaken voorkomen die – zo zij openbaar worden – te zien geven, dat er ook over andere dan huishoudelijke zaken besluitvorming plaatsvindt is bijkans onontkoombaar. Over uw belangen, over mijn belangen en over de belangen van De Haas en Wiarda. Terzijde merk ik op dat de heer De Haas als fractievoorzitter zitting heeft in het presidium en daar zijn belangen wel kan verdedigen.

De moraal:
De gedragscode integriteit voor bestuurders van de gemeente Westerveld kan de prullenbak in. In dit door de gemeenteraad reeds in 2007 vastgestelde document staat onder meer het volgende:

Openheid
Het handelen van bestuurders is transparant, zodat een optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen en de burgers volledig zicht hebben in het handelen van bestuurders en hun beweegredenen daarbij. Bestuurders vinden het normaal dilemma’s vooraf bespreekbaar te maken bij hun medebestuurders en daarover te worden bevraagd en achteraf verantwoording af te leggen.

Nee dus.....................
De handhaving van door onze volksvertegenwoordigers vastgestelde regels door henzelf laat ik nu eerst maar even rusten.

zondag 12 juni 2011

Commissie Bestuur en Middelen

De trouwe lezers en lezeressen zullen mijn berichtjes de afgelopen tijd hebben gemist. Daar komt nu verandering in met de volgende bijdrage aan het publieke debat.

Op 14 juni a.s. dus: komende dinsdag vergadert de commissie Bestuur en Middelen.
De agenda laat zien, dat onder meer de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning dient te worden aangepast.
Ik breng u eerst nog even in herinnering dat in 2009 de fractie van Gemeentebelangen driemaal méér uitgaf dan een vergelijkbare fractie door persoonlijke- en verenigingskosten ten laste van het fractiebudget te brengen waarbij de schijn van belangenverstrengeling doelbewust terzijde werd gelegd. Er werd vervolgens onderzoek gedaan met als uitkomst: (bijna) niks aan de hand.

Als ik de betreffende eerste drie punten aan het eind van de brief aan de gemeenteraad hierover nogmaals lees bekruipt mij nog steeds het gevoel, dat getracht wordt te zeggen dat het de schuld van de regelingen is dat de raadsleden er mis- en/of gebruik van hebben kunnen maken. Dat betrokken raadsleden niet hadden kunnen weten dat zij niet integer handelden. Dat het morele besef van de betrokken raadsleden daartoe kennelijk ontoereikend was. De overige twee punten worden aan de gemeenteraad overgelaten. Op de agenda van deze commissievergadering zijn ze onvindbaar.

Thans ligt een wijziging van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning voor. De inleiding van het raadsvoorstel vermeldt vrij vertaald hetgeen in de vorige alinea reeds is verwoord: het morele besef van de volksvertegenwoordigers De Haas en Wiarda was inderdaad ontoereikend.

Tijdens de raadsvergadering van 5 april j.l. werden door alle fracties tijdens de bespreking van het BING-rapport in de kwestie Van Dalen onder aanvoering van de coalitiefracties VVD, PW en DSSW grote woorden gebruikt. De voorzitter van de VVD-fractie in de Westerveldse raad – de grootste fractie – liet zelfs weten, dat “niet integer handelen bewust of onbewust een doodzonde is voor iemand werkzaam bij de overheid”. Dat schept verplichtingen en wekt verwachtingen. Het bestuurlijke vertrouwensbeginsel eist, dat het bestuur het bij de burger gewekte vertrouwen, dat op een bepaalde wijze zal worden gehandeld, niet schendt.

Ik wacht dus verwachtingsvol op de bijdragen van de raadsfracties bij de behandeling van het concept-voorstel. Vooral de bijdrage van de fractie van Gemeentebelangen heeft mijn belangstelling. Het was immers fractievoorzitter De Haas van Gemeentebelangen onder wiens verantwoordelijkheid de malversaties en mede daardoor onterecht hoge uitgaven plaatsvonden die thans mede de directe aanleiding vormen voor een wijziging van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. En over belangenverstrengeling gesproken: de heer J.Y.A. de Haas van de fractie Gemeentebelangen is volgens de gemeentelijke website dinsdag a.s. commissievoorzitter! Niks aan de hand; dat is cultuur: gewoon doorlopen mensen.

Tenslotte: een volksvertegenwoordiger, die zonder integriteitsbesef en morele waarden doelbewust kiest voor "Eigen Belang", benadeelt het aanzien van de politiek, zijn kiezers en brengt schade toe aan de kiesvereniging door wie hij werd afgevaardigd om hun doelstellingen te bereiken en hun belangen te behartigen.

Wordt vervolgd.



dinsdag 31 mei 2011

Meineed

In een vorige bijdrage gaf ik u informatie over de zuiveringseed die ieder aankomend gemeenteraadslid dient af te leggen alvorens hij of zij hun ambt kan uitoefenen.

Omdat ik van oordeel ben dat de raadsleden De Haas en Wiarda deze zuiveringseed door het plegen van fraude aantoonbaar hebben geschonden stuurde ik op 23 mei 2011 deze brief  naar de voorzitter van de gemeenteraad van onze gemeente.

Het antwoord kunt u hier lezen.
De inhoud komt er feitelijk op neer, dat ik mij aan het verkeerde loket heb gemeld.
In een bestuurlijk kader kan een schending van de eed/belofte, die een gemeenteraadslid bij zijn of haar aantreden aflegt, kennelijk niet worden gesanctioneerd.

Anderszins kan het ook niet zo zijn dat artikel 14 van de Gemeentewet een artikel is waarop bij overtreding geen sanctie staat. In dat geval zou de eed/belofte een inhoudsloos gebaar zijn en het afleggen van de eed/belofte slechts een ceremoniële aangelegenheid.

Om deze reden meen ik dat er sprake is van meineed. De wet zegt hierover: "Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift eene verklaring onder eede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling of schriftelijk, persoonlijk of door een bijzonder daartoe gemachtigde, opzettelijk eene valsche verklaring onder eede aflegt, wordt gestraft...."

Als het bestuurlijke loket in deze kwestie het verkeerde loket is moet ik kennelijk ergens anders zijn: het loket van het Openbaar Ministerie.

Wordt vervolgd.

zaterdag 28 mei 2011

De Minister

Op 17 oktober 2010 verzocht ik het college van burgemeester en wethouders van Westerveld op basis van het Wetboek van Strafrecht aangifte te doen van fraude door de raadsleden De Haas en Wiarda. Het college achtte zich echter onbevoegd en stuurde het verzoek door naar de gemeenteraad.
Het antwoord op dit verzoek werd niet door de gemeenteraad gegeven, maar door de voorzitter daarvan.
Ik roep u deze brief van de raadsvoorzitter in herinnering, waarin mijn verzoek tot het doen van aangifte wegens declaratiefraude van de raadsleden De Haas en Wiarda bij het Openbaar Ministerie wordt afgewezen. De inhoud van de brief komt over als een besluit; de ondertekening doet vermoeden dat er althans enig verband bestaat met de gemeenteraad. Er lijkt zo op het eerste gezicht dus sprake van een rechtsgeldig bestuursbesluit.

Uit dit schrijven van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt echter, dat ook deze van oordeel is, dat er in casu helemaal geen sprake is van een bestuursbesluit omdat er geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.
Kortom: na het oordeel van de Commissaris den Koningin in de provincie Drenthe komt ook de Minster van BZK tot de slotsom, dat er tot nu toe van een rechtsgeldig bestuursbesluit op mijn verzoek tot aangifte geen sprake is.

Overigens, maar dit terzijde: artikel 32a van de Gemeentewet stelt, dat stukken die van de raad uitgaan door de burgemeester moeten worden ondertekend en door de griffier moeten worden medeondertekend. Ook hiervan is geen sprake geweest. De afwijzing is ondertekend door H.Jager, voorzitter gemeenteraad.
Via deze procedure werd een doodlopende weg geschapen om te verhinderen, dat er van appellabel besluit sprake zou zijn.

Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie voor hun burgers en hun ambtenaren.
Burgers bewust of onbewust hun rechten ontnemen kan wat mij betreft volstrekt niet door de beugel.

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur i.c. het zorgvuldigheidsbeginsel heeft kennelijk in dit proces geen rol van betekenis gespeeld. Een beginsel dat vaak wordt aangeduid als détournement de pouvoir lijkt eerder aan de orde te zijn. Artikel 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daar overigens heel helder over.
In de kwestie De Haas / Wiarda wordt het vertrouwen in het openbaar bestuur danig op de proef gesteld.

Wordt vervolgd.

donderdag 19 mei 2011

Zuiveringseed

Artikel 14 van de Gemeentewet schrijft voor, dat ieder raadslid voordat hij of zij kan worden benoemd en aan de beraadslagingen kan deelnemen de zuiveringseed moet afleggen. Deze gang van zaken is niet vrijblijvend doch een voorwaarde. Een gedeelte van deze eed of zo u wilt belofte luidt als volgt:

“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
“Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
“Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.”
Ook fractievoorzitter De Haas en raadslid Wiarda legden op 11 maart 2010 ten overstaan van de voorzitter van de gemeenteraad mevrouw T. Slagman-Bootsma, de overige adspirant-raadsleden en een volle publieke tribune deze verklaring af.
Beiden waren tevoren van de tekst op de hoogte gesteld. Ze wisten dus welke verklaring van hen werd verlangd en legden deze verklaring ook daadwerkelijk af.

Uit de declaraties van ten laste van het fractiebudget 2009 blijkt, dat onder hun verantwoordelijkheid in één kwartaal een bedrag van meer dan € 900,- bureaukosten (hoofdzakelijk printerinkt!) van de kiesvereniging Gemeentebelangen ten laste werden gebracht van het fractiebudget i.c. de belastingbetaler. Daaruit blijkt ook, dat de webhosting van de GB-verenigingswebsite uit de fractiekas werd betaald.
De verklaring van De Haas en Wiarda, dat zij rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst aan derden hebben gegeven is dus een verklaring die niet strookt met de werkelijkheid.

Daarnaast lapte mevrouw Wiarda de zuiveringseed aan haar laars door artikel 99 van de Gemeentewet te overtreden en zichzelf als fractielid een vergoeding wegens administratiekosten website van de kiesvereniging Gemeentebelangen - eveneens ten laste van de fractiekas - toe te eigenen. Ook hierdoor is de verklaring die op 11 maart 2010 werd afgelegd om tot raadslid te kunnen worden benoemd in strijd met de feiten.

Als een raadslid willens en wetens bij het afleggen van de zuiveringseed de waarheid niet spreekt ontvalt daarmee één van de vereisten van de benoeming tot raadslid en dient de benoeming ongedaan te worden gemaakt.

Wordt vervolgd.

dinsdag 17 mei 2011

Het zorgvuldigheidsbeginsel

In een eerder bericht maakte ik u deelgenoot van het feit, dat er vanavond een openbare hoorzitting plaatsvindt over de weigering van de voorzitter van onze gemeenteraad mij op basis van de Wet openbaarheid van bestuur afschriften te verstrekken van de declaraties van de fractie van Gemeentebelangen over 2010.

Onlangs ontving ik dit verweerschrift gedateerd op 9 mei 2011 en dat de dag daarop werd verzonden.

In het verweer onder ii. wordt gesteld:

  • “De controle op de fractieverantwoording vindt op dit moment plaats.”
  • “Nu de controle nog loopt is de opgevraagde informatie onrijp en kan leiden tot de nodige onrust.”

Toen ik van het voorgaande kennis nam werd ik op een bijzondere manier bedroefd en ik zal u zeggen waarom.

De besluitenlijst van het college van burgemeester en wetbouders van 12 april 2011 bevat onder punt 12 het onderwerp: Programmarekening 2010. Te lezen valt, dat het college de rekening conform het ambtelijk voorstel goedkeurde. In deze rekening zijn vanzelfsprekend tevens de fractiedeclaraties opgenomen.

De Programmarekening 2010 werd vervolgens naar de raadscommissie Bestuur en Middelen gestuurd, die dit onderwerp op 10 mei j.l. behandelde. Tijdens de vergadering voorzag de huis_accountant het onderwerp van een uitgebreide toelichting en beantwoordde vragen van de commissieleden. De commissie besloot tenslotte de Programmarekening met een positief advies door te geleiden naar de raadsvergadering van 31 mei a.s. zodat de goedkeuring daarvan reeds bij voorbaat vaststaat.

In het licht van het voorgaande stemt het verweer van 9 mei 2011, dat niet aan mijn verzoek kan worden voldaan omdat de rekeningen en de bonnetjes nog moeten worden gecontroleerd tot een bedroefdheid die voor sommigen zelfs tot een ernstige vorm van depressiviteit zou kunnen leiden. Eén van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is het zorvuldigheidsbeginsel. Bestuurlijk Westerveld wist of had kunnen weten dat de declaraties van alle fracties inclusief die van Gemeentebelangen al hoog en breed in de rekening 2010 waren verwerkt. Bovenvermelde gang van zaken lijkt niet meer op een slordigheid. Het heeft iets van: doelbewust obstructie plegen.

Hier word ik als inwoner van de gemeente Westerveld niet echt vrolijk van.
Boer pas op je kippen!

Wordt vervolgd.

dinsdag 10 mei 2011

Nogmaals integriteit

“Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het
persoonlijk belang van een politiek ambtsdrager of dat van derden, zoals familieleden of
vrienden. Hierdoor is een zuiver besluiten of handelen in het publiek belang niet langer
gewaarborgd. Niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn ervan
moet worden vermeden.”

“Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een bestuursorgaan ervoor waken dat de besluitvorming wordt beïnvloed door persoonlijke belangen.”

“Benoemde politiek ambtsdragers bevinden zich juist als het gaat over ‘vergoeding van
kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’, in een glazen huis. Ze moeten zich
voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen verantwoord met publieke
middelen moeten omgaan, maar – omdat het uitgaven betreft die samenhangen met de
uitvoering van hun ambt - ook helder moeten zijn over de hoogte van de door hen in dat
verband gemaakte kosten. Dat geldt zelfs als het gaat om kosten die vallen onder de
vaste onkostenvergoeding. De voorbeelden hoe kwetsbaar hun positie is, liggen voor het
oprapen. Denk daarbij aan het onderzoek door media naar de ‘bonnetjes’ van uitgaven
door bestuurders. “

Voorgaande tekst is afkomstig uit de jongste Handreiking Integriteit die minister Donner op 14 april 2011 op het congres ‘Voorbeeldig Bestuur’, georganiseerd door het ministerie van BZK en het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) presenteerde.

Anders dan bij de kwestie Van Dalen zijn er vooralsnog nog geen tekenen dat de gemeenteraad van Westerveld een besluit zal nemen met betrekking tot de declaratiefraude van de raadsleden De Haas en Wiarda. Het is ook lastig en ik kan me goed voorstellen dat ook een aantal raadsleden van Westerveld struisvogelgedrag als de gemakkelijkste uitweg kiezen.

Op het onderwerp “Belangenverstrengeling en fraude van de raadsleden De Haas en Wiarda” rust tot nu toe althans in het openbaar een taboe. Deze brief van 28 maart 2011 waarin de voorzitter van de gemeenteraad de bal terugrolt naar de raad ten spijt. Sterker nog: de raad toont geen enkel initiatief onderzoek te doen naar de belangenverstrengeling waarover destijds de media spraken of de schending van de Gemeentewet en de eed die door Wiarda bij haar aantreden als raadslid werd afgelegd.

Tijdens de raadsvergadering van 5 april j.l. werden door alle fracties tijdens de bespreking van het BING-rapport in de kwestie Van Dalen onder aanvoering van de coalitiefracties VVD, PW en DSSW grote woorden gebruikt. Ik berichtte u daarover in de eerdere bijdrage van die datum. Zelfs een motie kreeg raadsbrede steun. Dat was toen. Het doek van het politieke toneel is nu weer gesloten en voor de raadsleden is het kennelijk “business as usual”. Maar ja, dat is politiek nietwaar?

Vooralsnog kan ik tot geen andere conclusie komen dat de grote woorden die de fracties op 5 april j.l. in de kwestie van Dalen hebben gebruikt alleen aan het adres van de heer Van Dalen en de publieke opinie waren gericht en voor het overige inhoudsloos zijn. Ook deze gang van zaken wekt de schijn van belangenverstrengeling.

Wordt vervolgd.


vrijdag 6 mei 2011

Een overbodige hoorzitting vs. bestuurlijke integriteit

De trouwe volgers van dit weblog – en dat zijn inmiddels velen – herinneren zich ongetwijfeld mijn bericht van 22 maart 2011. En zo niet: even terugrollen en u bent weer helemaal bij.

Onlangs ontving ik bericht, dat ik in de gelegenheid zal worden gesteld mijn bezwaarschrift tegen de afwijzing mij op basis van de Wet openbaarheid van bestuur afschriften te verstrekken van de declaraties van de fractie van Gemeentebelangen ten laste van het fractiebudget 2010 toe te lichten ten overstaan van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften. De samenstelling van de commissie roept de vraag op of en in hoeverre een lid van deze commissie een (familie)relatie heeft met een lid van de fractie van Gemeentebelangen. Maar dit terzijde.

Intussen is aangekondigd, dat de gemeenteraad tijdens de vergadering van 31 mei a.s. een besluit zal nemen over een voorstel met betrekking tot een aangepaste integriteits- en gedragscode voor bestuurders en volksvertegenwoordigers van onze gemeente. Op de agenda van de commissievergadering Bestuur en Middelen van 10 mei a.s. komt dit onderwerp overigens (nog) niet voor. Het onderwerp: fractiebudgetten 2010 overigens ook niet.

De vertraging in de verstrekking van de afschriften wekt de schijn, dat de fractiedeclaraties 2010 met inbegrip van die van Gemeentebelangen opnieuw zijn getoetst aan de spelregels die in de raadsvergadering van 31 mei 2011 zullen worden vastgesteld. Dat de vertraging nodig is om een nieuw kader te scheppen en de declaraties met terugwerkende kracht alsnog in het gareel te brengen. Ik meen ervan te mogen uitgaan, dat een regeling ingaat op de dag dat deze wordt vastgesteld. Wanneer de aangepaste integriteits- en gedragscode onverhoopt op een eerder tijdstip in werking treedt ontstaat een situatie die mijnerzijds alsdan op zijn gevolgen zal worden beoordeeld.

Bovenvermelde afwijzing is gedateerd op 8 maart 2010. De motivatie daartoe staat in de laatste alinea: de controle is nog niet uitgevoerd en het presidium heeft de declaraties nog niet vastgesteld. Intussen zijn bijna twee maanden verstreken zonder dat er terzake resultaten kunnen worden gemeld. Een merkwaardige gang van zaken. Temeer omdat de commissieagenda Bestuur en Middelen van 10 mei a.s. de Programmarekening 2010 vermeldt. Raadsleden zouden er toch van uit moeten kunnen gaan dat ook de fractiebudgetten 2010 zijn gescreend en ten laste van de rekening 2010 zijn geboekt? Waarom nog een hoorzitting als de fractiedeclaraties al in de rekening 2010 zijn verwerkt?

De huidige situatie wekt de schijn, dat in de raadszaal de doofpot nog steeds pontificaal aanwezig is om de fraude van de raadsleden De Haas en Wiarda uit de wind te houden.

Wordt vervolgd.

woensdag 4 mei 2011

De bezwarencommissie

Wanneer een burger desgevraagd van een bestuursorgaan van onze gemeente (dus van de burgemeester, het college van B&W of de gemeenteraad) zijn gelijk niet krijgt bestaat de mogelijkheid tegen het besluit terzake bezwaar aan tekenen.
In deze procedure dient het bestuursorgaan dat het aangevochten besluit heeft genomen, het besluit te heroverwegen op basis van alle relevante feiten en belangen. Echter: ik ben van oordeel dat in deze kwestie het besluit tot afwijzing van mijn verzoek tot het doen van aangifte wegens fraude door de raadsleden De Haas en Wiarda niet door enig gemeentelijk bestuursorgaan is genomen.

Als reactie op mijn bezwaar tegen de afwijzing door de voorzitter van de gemeenteraad om aangifte te doen van fraude door de raadsleden De Haas en Wiarda ontving ik deze brief.
Hieruit blijkt, dat mijn bezwaar door een commissie van drie deskundigen zal worden behandeld. Omdat mij niet geheel duidelijk is wat wordt bedoeld met “alle stukken die op deze zaak betrekking hebben” heb ik het college van B&W schriftelijk gevraagd mij de betreffende stukken te doen toekomen. Dit verzoek is inmiddels in behandeling genomen.
Kennelijk wordt de afwijzing door de raadsvoorzitter door het college van B&W  als normaal bestuursbesluit beschouwd.

De heer Commissaris van de Koningin in Drenthe denkt daar blijkens zijn brief heel anders over.
Hij acht vernietiging van het afwijzende besluit niet aan de orde, omdat hij van oordeel is dat de afwijzing slechts een mededeling betreft.
Intussen loopt de termijn van 42-dagen zoals vastgelegd in de Wet dwangsom bij niet beslissen ten gevolge van het uitblijven van een raadsbesluit terzake gewoon door.

Door de inschakeling van de bezwarencommissie is een begin gemaakt met de externe toetsing van de wijze van afdoening van mijn verzoek tot aangifte van fraude van 17 oktober 2010 op basis van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Wordt vervolgd.

donderdag 21 april 2011

De methode Struisvogel

In de kwestie Van Dalen eerder dit jaar werd door de gemeenteraad uiteindelijk een helder standpunt ingenomen. Deze aangenomen motie is daarvan het bewijs. De heer Van Dalen was over een lange reeks van jaren verbonden aan het Archeologisch Centrum in Diever en heeft daar baanbrekend werk verricht. Uiteindelijk werd vastgesteld, dat hierbij de schijn van belangenverstrengeling niet was vermeden. Persoonlijke omstandigheden deden de heer Van Dalen uiteindelijk besluiten de gemeenteraad te verlaten.

Op 7 april 2011 deed ik de gemeenteraad van Westerveld dit schrijven toekomen.
De laatste alinea hiervan is niet meer relevant: de heer Commissaris der Koningin in Drenthe liet mij per brief weten dat er op mijn verzoek tot het college van B&W aangifte van fraude door de raadsleden de Haas en Wiarda te doen geen besluit is genomen, maar slechts een mededeling is gedaan. Blijft de constatering, dat de in gebreke stelling van de gemeenteraad wegens het niet nemen van een besluit ondanks een poging mij op andere gedachten te brengen wel degelijk correct is geweest.

Voor zover ik via de media heb kunnen vaststellen staat mijn voorvermelde brief van 7 april 2011 aan de raad op niet op de lijst van ingekomen stukken van de komende raadsvergadering. Ook mijn bezwaarschrift tegen de beslissing van de voorzitter van de gemeenteraad ontbreekt. Kennelijk is het op dit moment vanuit het openbaar bestuur bezien onwenselijk deze stukken te openbaren. Ik ga ervan uit, dat de leden van de raad inmiddels wel kennis dragen van de inhoud en er geen bezwaar is geuit deze stukken onder de pet te houden. Tussen zeggen en doen bestaat in het openbaar bestuur een wereld van verschil.

Deze gang van zaken brengt met zich mee, dat de indruk ontstaan is dat er sprake van een poging de declaratiefraude van de raadsleden De Haas en Wiarda in de doofpot te laten verdwijnen.
Het niet openbaar maken van de resultaten van het (interne) onderzoek van Deloitte, de persoonlijke interventie van de voorzitter van de gemeenteraad, de bagatelliserende brief van deze ambtsdrager aan de raadsleden over de resultaten van het onderzoek van Deloitte en het niet plaatsen op de lijst van ingekomen stukken van aan de gemeenteraad gerichte brieven zijn daarvan indicaties.
Voor de inwoners van Westerveld schijnt te moeten gelden: wat het oog niet ziet ….

Struisvogelpolitiek dankt zijn naam aan de vermeende analogie met het vluchtgedrag van een struisvogel, die volgens een fabel de kop in het zand steekt om "de vijand" niet te zien en in de veronderstelling verkeert dat "de vijand" dan de struisvogel ook niet kan zien. De term wordt gebruikt waar men vaak bewust de gevolgen een bepaald beleid (of gedrag) niet wil inzien en simpelweg doorgaat met de ingeslagen weg. (Wikipedia).
De raadsleden De Haas en Wiarda vertonen dit gedrag. Wellicht is "het pluche" en het daarbij behorende inkomen en onkostenvergoeding daaraan mede debet en is persoonlijke integriteit daaraan ondergeschikt.

Slechts openbare onafhankelijke toetsing door het Openbaar Ministerie kan hierin kennelijk verandering brengen.

Wordt vervolgd.

zondag 17 april 2011

Integriteitsbesef

In deze brief aan de gemeenteraad wordt onder meer als resultaat van het onderzoek van Deloitte Bijzonder Onderzoek en Integriteitsadvies vastgesteld, dat
“ een bedrag van € 900,- is uitbetaald aan een raadslid als zijnde onderhoudskosten van de website”.

De identiteit van het betreffende raadslid is niet openbaar gemaakt. De informatie kan dientengevolge van toepassing zijn op ieder van de 17 raadsleden. Kortom: de leden van de gemeenteraad van Westerveld zijn in een brief aan henzelf collectief en onterecht in een ongunstig daglicht gezet, terwijl er uitgaande van de beschikbare openbare informatie slechts sprake is van één raadslid dat een bewuste keus maakte. Slechts de declaraties van het raadslid Wiarda zijn via de Wet openbaarheid van bestuur voor een ieder inzichtelijk geworden. Deze laten zien dat zij maandelijks een bedrag van € 60,- declareerde als “administratiekosten website”.

Wat in de eerste plaats opvalt is het verschil in benoeming van de kosten. De brief aan de raad spreekt van onderhoudskosten, terwijl de declaraties zelf laten zien dat er sprake is van administratiekosten voor de website (overigens: het betreft de website van de kiesvereniging Gemeentebelangen en niet van de fractie Gemeentebelangen).

Wanneer er daadwerkelijk sprake is geweest van onderhoudskosten werpt zich de vraag op waaruit deze kosten hebben bestaan. Welke tegenprestatie mevrouw Wiarda daarvoor heeft geleverd. De declaraties zelf geven daarover geen uitsluitsel: het bewijs in de vorm van facturen of anderszins ontbreekt. Het ligt in de rede, dat er tijd i.c. uren door Wiarda zijn besteed aan het up-to-date houden van de website. De “administratiekosten” zijn dan gewoon urendeclaraties oftewel: loon, dat zoals normaal te doen gebruikelijk bij de fiscus moet worden gemeld.

Ik herinner u aan dit artikel dat vorig jaar in een regionaal dagblad verscheen.
De analyse van de betrokken journalist was glashelder: ook bij de fractie en de kiesvereniging Gemeentebelangen was de schijn van belangenverstrengeling onomstootbaar aanwezig. Het was juist deze belangenverstrengeling die aanleiding gaf tot het verzoek om openbaarmaking van de gedeclareerde onkosten ten laste van het fractiebudget 2009 van Gemeentebelangen. Anders dan bij de kwestie Van Dalen koos de gemeenteraad er vooralsnog voor in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek van Deloitte Bijzonder Onderzoek en Integriteitsadvies geen nader integriteitsonderzoek in te stellen. Openbare toetsing en het afleggen van verantwoording in de gemeenteraad - waarvoor de heer Van Dalen te prijzen valt  - blijft derhalve vooralsnog niet mogelijk.

Wanneer een gemeenteraadslid bewust kiest de balans privé – raadslidmaatschap in het privé-voordeel te laten uitvallen is er geen sprake van dommigheid of onkunde en kan men zich afvragen of het betrokken raadslid in staat is onafhankelijk besluiten – keuzes zonder last – te nemen.
Het roept het beeld op, dat het raadslid het nodige integriteitsbesef ontbeert dat nodig is om op een onafhankelijk manier als raadslid te kunnen functioneren. Wellicht is dit de reden dat de bijdrage van het raadslid Wiarda aan de debatten in de gemeenteraad zich tot nu toe heeft beperkt tot “voor” of  “tegen”.

Wordt vervolgd.

woensdag 13 april 2011

Over bestuurlijke integriteit gesproken ...

Eén van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is het beginsel van fair play.
Dit beginsel houdt in, dat het bestuur aan de betrokken burger de gelegenheid geeft zijn standpunt naar voren te brengen en te verdedigen en het daaraan tegenovergestelde standpunt van het bestuur of van anderen te bestrijden. Het eist, dat het bestuur al datgene nalaat, wat de burger zou kunnen verhinderen zijn standpunt tot gelding te brengen. De overheid mag de burger niet de mogelijkheid ontnemen om voor zijn belangen en/of rechten op te komen. Het beginsel vraagt dus (volgens M.M.van Roosmalen) om openheid, eerlijkheid en royaliteit.

Ik roep u deze brief in herinnering van de voorzitter van de gemeenteraad, waarin mijn verzoek tot het doen van aangifte wegens declaratiefraude van de raadsleden De Haas en Wiarda bij het Openbaar Ministerie wordt afgewezen. De inhoud van de brief komt over als een besluit; de ondertekening doet vermoeden dat er althans enig verband bestaat met de gemeenteraad. Er lijkt terzake sprake van een bestuursbesluit met als bottomline: uw actie is zinloos; stop er maar mee.

Uit deze brief  van de heer Commissaris den Koningin in de provincie Drenthe blijkt echter, dat deze ambtsdrager van oordeel is, dat er in casu helemaal geen sprake is van een bestuursbesluit. Mij heeft slechts een mededeling van de voorzitter van de gemeenteraad bereikt. En die behoeft niet te worden vernietigd. Het aan de mededeling voorafgaande besluit van de voorzitter heb ik nog niet ontvangen. Naar nu dus blijkt ben ik kennelijk bewust of onbewust op het verkeerde been gezet.

Normaal te doen gebruikelijk is, dat de overheid op een verzoek van een burger een besluit neemt en het resultaat daarvan gemotiveerd met haar burgers communiceert. De Algemene wet bestuursrecht schrijft dat ook met zoveel woorden voor. In deze kwestie wordt evenwel door de CdK gesteld, dat er (nog) geen besluit genomen is. En als er geen besluit genomen is kan geen bezwaar worden aangetekend en vervolgens kan er ook geen externe toetsing door een bestuursrechter plaatsvinden.

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur hebben kennelijk in dit proces geen rol van betekenis gespeeld. De slotsom, dat er sprake van een poging de declaratiefraude van de raadsleden De Haas en Wiarda in een bestuurlijke doofpot te laten verdwijnen is bijkans onontkoombaar.

Nu er kennelijk geen besluit op mijn verzoek van 17 oktober 2010 blijkt te zijn genomen mag op basis van deze brief van de gemeenteraad worden verwacht dat zij in deze kwestie – als hoogste bestuursorgaan in onze gemeente - een oordeel velt dat in het voorkomende geval externe toetsing kan doorstaan. De basis daarvoor is door het aannemen van deze motie reeds gelegd.

Wordt vervolgd.