StatCounter

donderdag 17 maart 2011

Ingebrekestelling gemeenteraad

Soms is het nemen van een eenvoudige beslissing lastig. Ook voor een bestuursorgaan van een gemeente.

De wetgever heeft dat onderkend en tegelijkertijd de burgers van dit land in bescherming genomen via de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.
Burgers hebben in bepaalde gevallen recht op een vergoeding (dwangsom) als de overheid te laat een besluit neemt op hun aanvraag of bezwaarschrift. Bovendien kunnen zij dan via de rechter een besluit afdwingen. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat burgers mogelijkheden hebben om trage besluitvorming van bestuursorganen tegen te gaan.

Het is inmiddels 5 maanden geleden dat ik dit verzoek tot het college van B&W van Westerveld richtte. Inmiddels is men van oordeel dat niet het college van B&W maar de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is en dat dus de raad hierover een besluit dient te nemen. Dat is tot nu toe niet gebeurd.
En dus blijft er weinig anders meer over dan de gemeenteraad te manen haar verantwoordelijkheid thans op korte termijn ook daadwerkelijk te nemen.

De ingebrekestelling ingevolge de Wet dwangsom en beroep is feitelijk niets anders dan een waarschuwing aan het bestuursorgaan – en dat is in deze kwestie dus de gemeenteraad – dat in mijn ogen een redelijke beslistermijn is overschreden.

Wordt vervolgd.

donderdag 10 maart 2011

Wob-verzoek

Op 15 januari besloot ik naast de declaraties van de fractie van Gemeentebelangen over 2009 op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ook afschriften van de fractiedeclaraties over 2010 op te vragen. Het verzoek was gericht aan het college van B&W van Westerveld.
Ondanks het gegeven dat het college mij de afschriften over 2009 wel deed toekomen verklaarde het bestuursorgaan in dit geval, dat dit Wob-verzoek aan het verkeerde adres was gericht en stuurde het verzoek door naar het naar hun oordeel wel bevoegde bestuursorgaan: de gemeenteraad. Overigens is het nog maar de vraag of dit  juridisch werkelijk stand houdt.
De gemeenteraad had daarmee kennelijk ook de nodige problemen en mandateerde op haar beurt de voorzitter van de raad tot afdoening van het verzoek.

Op 10 maart 2010 ontving ik een brief van de voorzitter van de gemeenteraad, waarin mijn verzoek wordt afgewezen.

Als eerste motief daartoe wordt aangevoerd, dat ik geen belang bij de afschriften heb.
Dit is een uiterst curieuze opvatting, omdat de afdeling van Bestuursrechtspraak van de Raad van State nadrukkelijk heeft uitgesproken,dat voor openbaarmaking van documenten bij een eventuele belangenafweging de oogmerken van de verzoeker niet van belang zijn.
Het recht op openbaarmaking ingevolge de Wob dient uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering, welk belang de Wob vooronderstelt.
Zo kan bijvoorbeeld ieder journalist(e) een beroep doen op bestuurlijke informatie, terwijl hij of zij daarbij geen enkel (persoonlijk) belang heeft. U herinnert zich ongetwijfeld de “Peper-bonnetjes”.

Ook de tweede weigeringsgrond is irrelevant omdat deze niet is gestoeld op artikel 10 van de Wet Wob.
“De controle is nog niet uitgevoerd.............“ en “... het presidium heeft de betalingen nog niet vastgesteld...”.
Hieruit begrijp ik dat de controle op de fractiedeclaraties ruim achteraf (door wie eigenlijk?) plaatsvindt en dat een fractievoorzitter in Westerveld iets van de declaraties van zijn of haar collega moet vinden. Een soort presidium-kascommissie dus. Naast dit doorkijkje in de bedrijfsvoering is ook dit motief zoals eerder gezegd juridisch volstrekt irrelevant.

Vanzelfsprekend zal ik tegen dit namens de gemeenteraad genomen bestuursbesluit waarin een burger bestuurlijke informatie wordt geweigerd bezwaar en zonodig beroep aantekenen.

Blijft evenwel de vraag, waarom mogelijk tegen beter weten in voor deze gang van zaken is gekozen.

Wordt vervolgd.

woensdag 2 maart 2011

De burgemeester

Hoewel het verzoek tot het doen van aangifte wegens fraude op 18 oktober 2010 was gericht tot het college van B&W achtte dit bestuursorgaan zich onbevoegd en nam vervolgens het besluit de affaire met betrekking tot het declaratiegedrag van Gemeentebelangen Westerveld verder te laten afdoen door de voorzitter van de gemeenteraad. Deze schetste in de raadsvergadering van 1 maart 2011 de gang van zaken tot nu toe en verklaarde, dat hij op grond van eigen onderzoek geen aangifte zal doen.

De conclusie die aan deze stellingname moet worden verbonden is, dat er geen wetten zijn overtreden en er dus geen strafbare feiten zijn gepleegd.

Een oud spreekwoord luidt: gelijke monniken, gelijke kappen.

Voor alle raadsleden van de gemeente Westerveld geldt dus, dat

  1. kosten, die reeds via hun maandelijkse onkostenvergoeding werden vergoed na declaratie alsnog ten laste van het fractiebudget kunnen worden gebracht en dus tweemaal worden vergoed. Gewoon doen, de wet wordt hierdoor niet overtreden.
  2. kosten, ten behoeve van de (kies)vereniging die zij vertegenwoordigen en die niets met fractiewerkzaamheden sec van doen hebben desalniettemin kunnen worden gedeclareerd en eveneens ten laste van het fractiebudget kunnen worden gebracht. Van: anderen bevoordelen is hierbij  geen sprake.
  3. ondanks het gestelde in de Gemeentewet art. 99 raadsleden zichzelf een extra vergoeding kunnen toekennen voor het onderhouden van de website van de (kies)vereniging. Een ondertekende declaratie is niet nodig. Noem het maar: “administratiekosten” en alles komt goed.
Het voorgaande plaatst de huidige discussie over sociale zekerheid en fraude door uitkeringsgerechtigden in een wel heel merkwaardig daglicht.

De eed of de belofte, die gemeenteraadsleden bij hun aantreden afleggen, is kennelijk alleen noodzakelijk voor beeldvorming.

Wordt vervolgd.

Gemeenteraad 1 maart 2011

Op de agenda van de raad stond onder meer het verzoek dat ik op 14 december 2010 heb gedaan.
De inhoud daarvan kunt u hier lezen.

Alle politieke partijen in de raad gaven over het verzoek hun mening.
Het gegeven, dat Deloitte al een onderzoek doet naar het declaratiegedrag van de raadsleden Wiarda en De Haas was raadsbreed een begrijpelijke de reden om de uitkomsten van dit onderzoek verder af te wachten.

Merkwaardigerwijs gaf de PvdA aan een integriteitsonderzoek sec overbodig te vinden “omdat dit een te zware belasting voor de ambtelijke organisatie met zich mee zou brengen.”
DSSW was van oordeel, dat er “zware woorden” waren gebruikt en vond een integriteitsonderzoek te duur. Ze vond tevens, dat de gehele raad in een kwaad daglicht was gesteld.
Het CDA parkeerde vooralsnog haar mening zonder inhoudelijk commentaar.
Ook PW wenste op basis van eerdere raadsbesluiten geen nader onderzoek en zei eveneens het onderzoek van Deloitte af te wachten.

De VVD tenslotte, sprak haar verbazing uit omdat zij van oordeel was, dat ondergetekende medeverantwoordelijk was voor het declaratiegedrag van Wiarda en De Haas.
Voor deze fractie is de boodschapper kennelijk belangrijker dan de inhoud van de boodschap.

Het ziet er politiek naar uit, dat het frauduleuze declaratiegedrag van Wiarda en De Haas met de mantel der liefde zal worden bedekt.

Wordt vervolgd.

woensdag 16 februari 2011

Wettelijke bepalingen

Wellicht is het goed op dit moment om misverstanden uit te sluiten de context van de situatie te schetsen. De huisaccountant van de gemeente Westerveld is Deloitte. In januari 2010 gaf deze onderneming een boekje uit over belangenverstrengeling, corruptie en fraude. Het voorwoord begint met: “Een beetje integer bestaat niet”.

Hoewel de gehele inhoud bijzonder lezenswaardig is gaat het mij hoofdzakelijk om de bestuurlijke rolverdeling en verantwoordelijkheden.
Op blz. 50 wordt onder 4.3.2. gesteld, dat de primaire verantwoordelijkheid voor onder meer de naleving van wet- en regelgeving bij een college van B&W ligt.

Hoofdstuk 5 heeft handvatten voor de situatie “Als het dan toch fout gaat”.
Het is in deze casus eveneens een bijzonder lezenswaardig hoofdstuk, dat als het ware een handleiding aan het openbaar bestuur geeft hoe in een dergelijke situatie te handelen.
Het onderzoek zoals genoemd onder hoofdstuk 5.5 vindt thans onder leiding van de voorzitter van de gemeenteraad van Westerveld plaats en zal naar verwachting vóór eind februari 2011 zijn afgerond.

In hoofdstuk 5.5. wordt tevens artikel 162 van het Wetboek van strafvordering aangehaald.
Om die reden werd op 17 oktober 2010 het college van B&W in kennis gesteld van het ambtsmisbruik door De Haas en Wiarda.

De wetgever kwalificeert misbruik van een openbaar ambt als zeer kwalijk en geeft aan, dat in een voorkomend geval een geldboete of zelfs een gevangenisstraf op zijn plaats is.

Wordt vervolgd.

woensdag 9 februari 2011

De gemeenteraad

Toen medio december 2010 de kwestie in de doofpot leek te verdwijnen verzocht ik het bestuursorgaan dat de beleidsuitvoering van het college van B&W controleert i.c. de gemeenteraad, onderzoek te doen naar de gang van zaken. Het verzoek vindt u hier.
En om de kwestie alsnog op de publieke politieke agenda te doen plaatsnemen verzocht ik de voorzitter van de gemeenteraad mijn verzoek tot de raad om onderzoek op 16 december 2010 op de raadsagenda te plaatsen. Hier kunt u ook dit lezen. Daartoe werd niet besloten. Ook op de raadsagenda van 25 januari 2010 kwam mijn verzoek niet bij de Ingekomen stukken voor.
Het antwoord waarom werd afgezien van plaatsing op de raadsagenda kwam op 21 januari 2010.
Deze mededeling kunt u hier lezen. Het is maar dat ook u het weet .....................
Het resultaat van deze inspanningen was dat slechts één raadsfractie voor de kwestie belangstelling bleek te hebben. Voor het overige bleef het oorverdovend stil.

maandag 7 februari 2011

Het college van B&W

Op 17 oktober 2010 deed ik zoals hiervoor aangegeven dit verzoek aan het college toekomen.
Het verzoek was voorzien van 11 bijlagen. Een aantal heb ik in deze blog verwerkt. Desgewenst kan ik u de overige bijlagen E-mailen. Een verzoekje daartoe is genoeg.

Gebleken is dat het college na ontvangst van dit verzoek om juridisch advies heeft gevraagd aan een extern bureau.
Op 28 oktober 2010 ontving ik van het college een brief die inzicht geeft in de stand van zaken van zaken op dat moment. De bijlage bij deze brief geeft aan, dat aan de heer De Haas, mevrouw Wiarda en aan de fractie als geheel om een reactie is gevraagd. De inhoud van het college verzoek is helder en de vervaldatum medio november ook.

Omdat in de daarop volgende 4 weken geen enkele reactie viel waar te nemen en ik van mening ben, dat een dergelijk simpel verzoek toch binnen deze termijn zou moeten kunnen worden gehonoreerd, besloot ik een herinnering aan het college te sturen.

Misschien is het goed te memoreren, dat burgemeester Slagman op dat moment inmiddels afscheid had genomen en met emeritaat was gegaan. De heer Smit trad op als burgemeester in zijn hoedanigheid van loco-burgemeester.

Inmiddels zijn er na 17 oktober 2010 bijna 6 weken verstreken.

zaterdag 5 februari 2011

Feiten en opinie

Gisteren maakte ik melding van misbruik van het ambt van gemeenteraadslid door het plegen van declaratiefraude door twee fractieleden van Gemeentebelangen Westerveld. Hierbij is een toelichting op zijn plaats.

In de media verscheen medio 2010 een bericht over belangenverstrengeling bij Gemeentebelangen. Mevrouw Wiarda vervulde gelijktijdig twee functies: ze was gemeenteraadslid én secretaris van het bestuur van de kiesvereniging Gemeentebelangen. In een dergelijke situatie is ook een administratieve vermenging van deze functies bijkans onontkoombaar.
De Wet openbaarheid van bestuur geeft burgers de mogelijkheid om inzage te krijgen in documenten die met het openbaar bestuur van doen hebben en dus ook in de declaraties van de fractie Gemeentebelangen. Ik heb de declaraties over 2009 opgevraagd en op een rijtje gezet.
Het resultaat kunt u hier vinden. Om een volledig beeld te krijgen raad ik u aan ook de toelichting te lezen.
Als u de inhoud van beide stukken hebt doorgenomen bent u op de hoogte van de situatie zoals die op 17 oktober 2010 bij het College van B&W is aangekaart.
In een volgende bijdrage zal ik ingaan op het vervolg.

vrijdag 4 februari 2011

Beste mensen,

Dit blog is bedoeld om u te informeren over recente politieke ontwikkelingen in de gemeente Westerveld. Vanzelfsprekend is het zo, dat het mijn kijk op de gang van zaken is. Integriteit is een onderwerp dat steeds weer opnieuw onderwerp van gesprek is.
Integriteit wordt soms uitgelegd als:  de afwezigheid van fraude en corruptie. Soms wordt integriteit erg breed uitgelegd en vallen er ook waarden onder als collegialiteit, betrouwbaarheid, objectiviteit, fatsoenlijkheid, effectiviteit en efficiëntie.

Zoals u wellicht weet heb ik in oktober 2010 in een brief aan het College van B&W melding gemaakt van fraude door een tweetal leden van de fractie van Gemeentebelangen Westerveld. In strafrechtelijke termen heet dat: ambtsmisbruik. Het heeft tot na het aantreden van burgemeester Jager in december 2010 geduurd voordat  het college van B&W effectief aandacht aan deze kwestie heeft geschonken.
Ik kom hier in een volgende bijdrage op terug.